dinsdag 16 juni 2009

Cusco - Puno (3-4 / 9)

wat vooraf ging:
  • deel 1 (1-2/9)

  • Dag 3 – 21 mei


    Na ongeveer 4 uur geslapen te hebben in het kantoor gaat de wekker om half drie. Over een half uur staat de taxi voor de deur om ons naar het treinstation van Ollantaytambo te brengen. Als we de avond ervoor de stad hadden kunnen verlaten dan konden we nu nog even slapen, maar helaas.

    Het is leeg in de donkere straten van Cusco. Als we de stad uitrijden komen we langs grote hopen afval. Overal langs de weg liggen vuilniszakken die door straathonden worden omgespit. Af en toe rennen de honden al blaffend achter onze taxi aan. Erg creepy.

    Eenmaal buiten de stad komen we op de wegen die tot gisteren geblokkeerd waren. Mijn idee van een wegblokkade was dat mensen de toegang tot de weg werd ontzegd. Het blijkt anders te zijn: over het gehele parcours liggen takken en stenen op de weg. Hier kun je niet rijden. Nu begrijp ik waarom we niet direct de weg op konden nadat het was vrijgegeven: de irrigeerders hebben niets opgeruimd. Over kilometers ligt de weg nog bezaaid met stenen. Onze taxi zig-zagt over schoongemaakte delen van de weg en berm. De stenen in deze schone stukken zijn door automobilisten die hier eerder waren aan de kant gelegd. Dit was voor hen de enige manier om door te rijden. Hoe verder we de vallei in rijden hoe groter de stenen op de weg lijken te worden. Zo af en toe liggen er rotsblokken die groter zijn dan een meter op de weg. Na twee uur rijden komen we aan op het treinstation van Ollantaytambo.

    Als de trein in beweging komt begint het langzaam licht te worden. In een kleine twee uur brengt de trein ons naar het dorp Aguas Calientes. Naast wandelpaden is de trein de enige manier om naar dit dorp te komen. Hier moet je entreetickets voor, en bustickets naar de archeologische plaats Machu Picchu kopen. Hordes toeristen staan in rij om de bus in te gaan naar de oude Inca-stad. Wij sluiten dus maar aan. Na een busritje van een kwartier over een slingerpad in de bergen staan we voor de poort van Machu Picchu.

    We gaan door de security check en staan dan aan de rand van de oude Inca-stad. Het mooie van Machu Picchu is dat je overal rustig doorheen kunt lopen. Er zijn maar weinig plaatsen waar je niet mag komen. We besluiten naar boven te gaan zodat we een beter uitzicht hebben. Een paar trappen op en dan staan we op de plaats waar de wereldberoemde foto’s van Machu Picchu uit reisfolders en van ansichtkaarten gemaakt zijn. Als we voorbij de poserende Amerikanen lopen komen we bij een bordje dat aangeeft welke kant Intipunku is. “Intipunku” is Quechua voor “Zonnepoort” en is een ruïne op de Inca-trail. Als je de Inca-trail loopt is dit het magische eerste moment waar je zicht hebt op Machu Picchu. We besluiten er naartoe te lopen.

    Toen ik vanochtend in de trein zat zag ik het landschap voor mijn ogen veranderen. Ik zat niet echt meer in de bergen, maar was in de jungle beland. Dit blijkt tijdens de wandeling naar Intipunku; het is veel warmer dan in Cusco, de planten die er groeien zien er heel anders uit en zo ook de dieren. Overal lopen hagedissen met ons mee, er vliegen grote libelles rond en er kruipen gezellige insecten over het Inca-pad (zoals neushoornkevers en miljoenpoten).

    Na anderhalf uur klimmen en bijna niemand tegen te zijn gekomen zijn we bij de zonnepoort. Van hieruit heb je erg mooi zicht over de stad. Na enkele foto’s genomen te hebben gaan we terug naar Machu Picchu om nu daadwerkelijk door de straatjes en huisjes te lopen. Het is erg mooi, maar ook erg vermoeiend. De Inca-stad ligt op 2,5 km hoogte en op een helling. Je bent dus constant aan het klimmen en klauteren in de junglehitte. Het verbaast me dan ook dat we veel bejaarden tegenkomen die met Nordic Walking-stokken Machu Picchu trotseren. Na goed vijf uur te hebben rondgelopen hebben we dorst en honger. Bij Machu Picchu zelf kost eten en drinken zes à zeven keer de normale prijs, dus gaan we terug naar het dorp Aguas Calientes.

    Aguas Calientes is met stip het lelijkste plaatsje waar ik ooit geweest ben. Voor aankomst hield Renzo me voor dat deze plaats nog wel wat ruimtelijke ordening nodig had. Hij was er acht jaar geleden geweest en wist zich te herinneren dat het uit enkele ongeplaveide straatjes bestond. Wat kan er veel gebeuren in een paar jaar bleek bij aankomst. Op weg naar het hotel verdwaalden we bijna en datzelfde gebeurde toen we bustickets en entreetickets voor Machu Picchu kochten. Er is heel wat gebouwd.

    Het dorp bestaat vanwege het toerisme. Vrijwel iedereen die er woont komt van buiten het dorp en probeert een slaatje uit de populariteit van Machu Picchu te slaan. Hoewel de plaats eigenlijk “Aguas Calientes” heet, wordt hij om commerciële redenen vaak “Machu Picchu Dorp” genoemd. Vanwege de afgelegen ligging zijn toeristen gedwongen om van de faciliteiten van Aguas Calientes gebruik te maken. Zodoende gelden er woekerprijzen.

    De straten van Aguas Calientes bestaan voornamelijk uit restaurantjes en hotels. Alles heet Inca-dit of Inca-dat en iedereen gebruikt Machu Picchu als logo. Overal vind je Inca-bouwstijlen, opgeplakt of geschilderd. Het dorpsplein is het ultieme lachertje: je krijgt het gevoel tussen de decorstukken van een pretpark te lopen, hoewel die authentieker aandoen dan dit plein. Een kerkje van twintig jaar oud is aangekleed met plakstenen met als doel de illusie te wekken dat het er al eeuwen te staat. Er wordt een groot hotel gebouwd waar op dit moment de Inca-plakstenen op worden aangebracht. In het midden staat een standbeeld van een grote indiaan. Aan de zijkanten staan een paar paspoppen met indianenkleding. Veel bespottelijker hadden ze het niet kunnen maken.

    Ons hotel is een van de oudste gebouwen van het dorp: het staat er al bijna twintig jaar. Het is één van de weinige plekken in het dorp die wél oprecht aandoen. Eigenlijk is het geen standaard hotel, maar een park met huisjes. Na het avondeten in het chique restaurant bij het hotel, val ik na deze lange dag bij een nagloeiend openhaardvuur in slaap.


    Dag 4 – 22 mei

    ’s Ochtends doen we aan een excursie mee. Het hotel biedt een aantal excursies op het eigen hotelterrein aan. Deze zijn alleen toegankelijk voor bezoekers van het hotel. De trein terug naar de bewoonde wereld pakken we pas aan het eind van de middag. De rest van de dag moeten we dus in het “pitoreske” Aguas Calientes doorbrengen. Aangezien we niet graag de hele dag tussen de derderangs eettentjes willen wandelen besluiten we ons voor enkele excursies in te schrijven: allereerst de “Nature Walk”. Rond de huisjes op het terrein groeien allerlei planten. Hiernaast is het grootste deel van het terrein niet ingericht. Het is alsof je door de jungle loopt, ware het niet dat er netjes aangelegde paden zijn.

    Onze gids Roberto laat ons de wonderen van de “tuin” van het hotel zien. We beginnen met het spotten van kolibries. Deze snelle agressieve vogeltjes vliegen in grote hoeveelheid rond. Er hangen kokers in de bomen met een zoete vloeistof die de vogels aantrekken. We lopen verder, voorbij de huisjes, naar de moestuin. Roberto legt allerlei eigenaardigheidjes uit over de verschillende kruiden: “Dit is muña, munt uit de Andes, drink hier thee van en je stofwisseling loopt weer vlekkeloos”. Na een klavertje-vier te hebben geproefd (het smaakt overigens erg lekker!) gaan we na de theebranderij. In dit hotel verbouwen ze zelf thee, die ze vervolgens zelf verwerken tot hun eigen thee. Ik had hey al bij het ontbijt geproefd, het was best lekker.

    We lopen een stuk bos door, zien vreemde vogels, vreemde bomen, een waterval en zijn na twee uur weer terug op het beginpunt. De eerste excursie is afgelopen. We gaan het dorp in om wat te eten om ’s middags mee te doen aan de “Orchids Walk”. De oprichter van het hotelcomplex was verzot op orchideeën en plantte ze overal op het terrein. Hierdoor is op dit terrein de grootste variatie aan orchideeën ter wereld te vinden.

    Deze wandeling trekt heel wat meer animo dan de Nature Walk. Als we wat aan de late kant komen aanzetten staan er drie gidsen en 15 bejaarden te wachten. Omdat het hotel waarin we verblijven duur is, trekt het vooral welgestelde toeristen, of oudere mensen die lang gespaard hebben. We worden in drie groepen ingedeeld en krijgen een vergrootglas uitgereikt.

    Eerst wordt er uitgelegd wat een orchidee nou eigenlijk is, wat de kenmerken zijn en hoe je ze kunt herkennen. “Een orchidee heeft drie kelkbladeren en drie kroonbladeren waarvan er één gemuteerd is”. Goed, nu we deze basiskennis hebben kunnen we op jacht. We lopen tussen de huisjes door om opmerkelijke bloemen te spotten.

    Het wordt al snel duidelijk waarom we een vergrootglas hebben meegekregen. Er zijn veel orchideeënsoorten waarvan de bloemen maar enkele millimeters groot zijn. Wie had dat gedacht? In ieder geval de mensen in onze groep niet. Bij deze Amerikaanse zestigplussers viel de mond open van verbazing: “Oh! Wat klein! Wat mooi! Ik had geen idee!” We lopen verder om nog meer bloemen te zien. Orchideeën die eruit zien als Mickey Mouse, die tegen bomen aangroeien, die ’s nachts stinken naar rotte vis, die hun tong uitsteken, waarbij er 30 bloemetjes aan een stengel groeien. Hoe kleiner de bloemen, hoe groter de verbazing bij de andere toeristen: “Dat is een orchidee? Niet? Echt? Haha, ik had écht geen idee”.

    We mogen zelfs de speciale orchideeëntuin in, waar je niet zonder begeleiding in mag. We zien er paar felgekleurde mooie bloemen maar vooral veel zonder al te veel kleur. Al die bloemen zijn wel leuk en aardig, maar vooral erg klein en vaak amper te zien. Je ziet pas dat het een orchidee is wanneer je met het vergrootglas de blaadjes telt en analyseert. Misschien moet ik iets ouder zijn om dit écht te waarderen.

    Als deze excursie bijna is afgelopen wordt het tóch nog spannend. De gids gebaart ons stil te zijn en duikt terug de orchideeëntuin in. We sluipen haar achterna. Ze maakt een vogelgeluid, loopt zachtjes tussen bomen door en wijst dan. Er zitten drie rotshanen, de nationale vogel van Peru; een rode, een oranje en een bruine. De hele groep probeert de schuwe vogels enthousiast maar stil te spotten. Het is moeilijk ze te fotograferen, ze zitten op grote afstand, verscholen tussen de takken. Ik heb ze in ieder geval gezien! Cool.

    Na afloop valt wederom de avond over de vallei. Na nog een korte wandeling door het dorp gaan we naar de trein. Eenmaal in Ollantaytambo worden we opgepikt door een taxi die ons naar Urubamba brengt. Urubamba is een dorp in de Heilige Vallei, waar we aanvankelijk de eerste dagen al naar toe zouden gaan maar dat vanwege de wegblokkade werd uitgesteld. We verblijven in Urubamba in een villa met huishoudster.

    Berta, de huishoudster, staat ons bij aankomst al bij het brandend haardvuur op te wachten. We krijgen natte handdoeken uitgereikt, een glas citroengrasthee en een plakje wortelcake terwijl zij in de keuken van de villa aan de slag gaat om ons diner klaar te maken. Dit voelt luxe.


    ---wordt vervolgd---

    maandag 8 juni 2009

    La hora del Planeta

    Op zaterdag 28 maart was het zo ver: Earth Hour. Men zou van half 9 tot half 10 ’s avonds alle electrische apparaten en het licht moeten uitschakelen om het milieu symbolisch te sparen. Peru deed hier voor het eerst aan mee en zodoende had iedereen het erover; “Dus gaat zaterdag bij jullie ook het licht uit?” Ach, waarom niet, laten we meedoen.

    Toen we een uur van te voren buiten liepen gonsde het door de straten, belangrijke gebouwen in het centrum zouden een uur lang onverlicht blijven. Sommigen hadden het niet helemaal begrepen; “kom op, we moeten snel naar huis gaan want om half negen haalt het electriciteitsbedrijf de stroom eraf”.

    Het uur brak aan, we staken enkele waxinelichtjes aan en haalden de stroom eraf. Naar buiten kijkend viel het echter een beetje tegen. Hier en daar ging het licht uit, maar dat was het. Geen massale deelname dus. Hoe anders was dat afgelopen zaterdag.

    Na een wandeling buiten besluiten we niet uit te gaan en keren we terug naar het appartement. Bij het inschenken van een drankje wordt het plotseling pikdonker in huis. Als we naar buiten kijken blijkt de hele buurt zonder stroom te zitten. Zo ver als ik kan zien is alles donker, geen straatlantaarn doet het. Het enige licht komt uit de trappenhuizen van flats die zijn verlicht door noodagregaten en de auto’s in de straat. We steken wederom een paar waxinelichtjes aan. Heel blij dat we nu niet in een discotheek staan.

    Ongeveer een uur later springt het licht weer aan. Het hele zuiden van de stad Lima heeft een uur zonder stroom gezeten vanwege overbelasting van een electriciteitsstation. Dit alternatieve Earth Hour blijkt een stuk effectiever dan dat van drie maanden geleden.

    woensdag 3 juni 2009

    Cusco - Puno (1-2 / 9)

    Ooit heb ik gezegd dat ik veel foto’s zou nemen tijdens mijn reizen, nou, het zijn er zo’n kleine 2000 geworden. De reis naar het zuidoosten van Peru was helemaal geweldig. Renzo werkt in de reisbranche, zodoende konden we veel dingen voor een gereduceerd tarief doen.

    Dit was ons plan:
    Dag 1 & 2: Aankomst op het vliegveld van Cusco, daarna naar de Heilige Vallei van Inca’s om daar te overnachten. De eerste twee dagen zouden we doorbrengen in de vallei om daar leuke dingen te bekijken.
    Dag 3: ’s ochtends naar Ollantaytambo om van daaruit de trein naar Machu Picchu te pakken. Die nacht doorbrengen in een hotel aldaar.
    Dag 4 tot en met 6: in en rond Cusco.
    Dag 7 tot en met 9: met een bus naar Puno, aan het Titicacameer. Aan het eind van dag 9 vanuit Juliaca terug naar Lima vliegen.



    De dag ervoor – 18 mei

    De hele dag opgeruimd zodat het huis in ieder geval schoon is wanneer we weer thuiskomen. Was gedaan, want natuurlijk ligt alles in de wasmand wanneer de koffer ingepakt moet worden. Nieuwe schoenen gekocht. De hele reis is in de bergen, dus het is verstandig om in ieder geval schoenen met goed profiel te hebben. Die heb ik niet. Kleren kopen is niet zo moeilijk in Peru, L’etjes en XL’etjes zijn niet moeilijk te vinden. Met schoenen is dit echter wat anders. Het blijkt dat ik met mijn maat 44 echte clownsvoeten heb: “Sorry, de grootste maat die we hebben is 43”. Uiteindelijk ben ik overigens wel ergens geslaagd


    Dag 1 – 19 mei

    Om half tien vertrekt onze vlucht. Alles verloopt vlotjes en binnen drie kwartier helt het vliegtuig naar links om ons een mooie blik op de stad te laten werpen en om te kunnen landen op de luchthaven was Cusco.

    Enkele dagen voor het vertrek hadden we het al gehoord, maar nu blijkt het toch echt waar te zijn: de irrigeerders zijn boos. Ze zijn tegen een wet en protesteren daarom. Dit protest doen ze door alle wegen in het zuiden van Peru te blokkeren. Niemand kan Cusco in of uit. Het protest zal twee dagen duren, vandaag en morgen; treffen wij het even. We besluiten dag 1 en 2 met met 4 en 5 om te ruilen. Eerst 2 dagen stad, dan Machu Picchu, en daarna de vallei in.

    Cusco is compleet anders dan Lima. Er zijn nauwe straatjes, kleine huisjes met schuinlopende daken, dakpannen en de meeste straatjes lijken oud te zijn. Het centrum van de stad is gebouwd op Inca-resten. Toen de Spanjaarden in de 16e eeuw in Peru belandden, vernietigden ze veel inheemse gebouwen. De fundamenten van deze gebouwen gebruikten ze voor hun eigen kathedralen en kerken. In een van deze fundamenten bevindt zich de beroemde twaalf-hoekige steen.

    De stad is een grote toeristische trekpleister. Vanuit de hele wereld (maar dan vooral de Verenigde Staten) doen toeristen Cusco aan en daar heeft de lokale bevolking zich prima op aangepast. Zodra je ook maar een voet in de buurt van het Plaza de Armas zet komen mensen op je af. Zo af en toe staan ze werkelijk achter elkaar in rij. Of ik een chullo wil kopen? Beschilderde kalebassen? Kettinkjes? Aardewerk? Cd’s met Peruaanse muziek? Kaartjes voor Machu Picchu? Sigaretten? Massages? Het schijnt dat er meer naar me toe komen wanneer ik mijn camera in de hand heb. Bij een “no gracias” zijn ze overigens weer weg.

    We bezoeken de grote kathedralen van de stad. Deze zijn echt immens. Toen de Spanjaarden kwamen bouwden ze de grootste kathedralen in de hoofdstad van het Inca-rijk. Overal schittert het goud aan de immense altaren. De kerken zijn gevuld met beelden. Deze hebben vaak pruiken op en kleding van stof aan. Hierdoor komen de beelden tot leven. Beelden van Jezus aan het kruis zien er erg bloederig en angstaanjagend uit.

    Aan het eind van de middag begin ik de bijwerkingen van het gewijzigde reisschema te voelen. Cusco ligt op zo’n 3500 meter hoogte en is daarmee bijna het hoogste punt van onze reis. Omdat je door het vliegtuig te pakken niet geleidelijk aan het hoogteverschil went was het de bedoeling om de eerste dagen in de lager gelegen vallei door te brengen en daar rustig bij te komen. Vanwege de blokkades waren we gedwongen om de hele dag in Cusco te blijven; steegje op, steegje af. Elke stap omhoog is zwaar. Ik voel me misselijk en ook begint wat hoofdpijn door te zetten. Mijn kop coca-thee heeft niet echt geholpen. We gaan terug naar het hotel.

    Het hotel is schattig ingericht als een soort boomhuis. Vanuit de kamer heb je een prachtig uitzicht over het centrum van de stad. Het nadeel van dit hotel is je eerst 30 meter omhoog moet lopen voordat je er bent en vervolgens nog twee trappen op moet om bij de kamer aan te komen. Op zeeniveau klinkt dat als gezeur, maar op 3,5 kilometer hoogte is het geoorloofd: alles gaat er zwaar. Bij aankomt bij het hotel ben je al buiten adem. Ik ga even liggen.

    Als ik een tijd later wakker word voel ik me al weer wat beter, maar omdat het al laat is besluiten we toch in het hotel te blijven.


    Dag 2 – 20 mei

    De volgende ochtend worden we al vroeg wakker. Dit is niet alleen omdat we uitkijken naar een nieuwe dag Cusco, maar vooral omdat de bedden in het hotel zo hard zijn als een plank. Daarnaast was het koud. In de hooglanden is het verschil in temperatuur tussen dag en nacht erg groot. Overdag is het zo tegen de 20 graden, terwijl het ’s nachts rond het vriespunt is. Zoals de meeste gebouwen in Peru heeft ook dit hotel enkelglas ramen en geen centrale verwarming. In dit geval helemaal geen verwarming behalve de schoorsteen in de eetruimte. Bibberen.

    Ondanks het mooie uitzicht en de leuke inrichting besluiten we het bij één nacht in dit hotelletje te laten. Hopelijk zijn tegen het eind van de middag de wegblokkades opgeheven en kunnen we de stad uit richting de vallei. De treintickets voor dag 3 naar Machu Picchu zijn al enkele weken eerder gekocht. De trein vertrekt ’s ochtends om half zes vanuit Ollantaytambo. Deze plaats ligt in de vallei, dus als we de komende nacht in de vallei door zouden kunnen brengen, zou dat ideaal zijn.

    Op deze tweede dag bezoeken we verschillende plaatsen waar we op de eerste dag niet aan toegekomen waren, zoals Coricancha, de zonnetempel van de Inca’s. De 3 meter hoge muren stammen uit de Inca-tijd. Alles daarboven en er omheen is nieuwer; het gebouw werd lange tijd gebruikt als klooster. In de zalen hangen schilderijen met Christelijke thema’s. Ze zijn enkele eeuwen geleden gemaakt in opdracht van de kerk door de lokale bevolking. Uit de schilderijen blijkt de herkomst van de schilders. De geportretteerde Bijbelfiguren hebben vaak rode wangen (door de hoogte) en een typerend uiterlijk zoals in de Andes. Verder komen lokale symbolen voor. Zo is in de kathedraal die we de dag ervoor bezochten te zien hoe Jezus en zijn volgelingen tijdens het laatste avondmaal cavia eten en chicha drinken. Erg grappig en boeiend.

    Halverwege de middag besluiten we contact op te nemen met de afdeling van Renzo’s bedrijf in Cusco om te vragen hoe het staat met de wegblokkades. Het valt tegen. De weg wordt pas in de avond vrijgegeven. We gaan terug de stad in en hopen dat we in ieder geval ’s avonds een taxi naar ons verblijf in de vallei kunnen pakken. Vanuit daar is het namelijk veel makkelijker om naar het treinstation in Ollantaytambo te gaan dan vanuit Cusco.

    In de stad wordt het snel donker en koud. Om half vijf zakt de zon achter de bergen en zet de avond in. Waar het om vier uur nog lekker warm en zonnig is, is het een uur later kil en koud. Er zet wat wind aan en we besluiten om maar snel een warm café in te duiken want een hotel hebben we immers nog niet. Als vooruitzicht naar morgen bestellen we de “Machu Picchu” cocktail.

    Hierna doen we nog een keer navraag op het kantoor in Cusco over de blokkades. Aan het eind van de avond stoppen de irrigeerders, daarna duurt het nog een poosje voordat de weg vrij is. We moeten de nacht in Cusco doorbrengen. Het kantoor in Cusco heeft enkele bedden, daar kunnen we slapen. Nou ja, we hebben in ieder geval een gratis slaapplek met betere bedden dan de betaalde slaapplek van de nacht ervoor.


    voor het vervolg, zie:
    deel 2 (3-4/9)

    vrijdag 15 mei 2009

    La Vecina

    In de achtertuin van het flatgebouw staat ze. Het is zo’n 600 meter lopen en we zijn er. Als ik vanuit het trappenhuis naar buiten kijk zie ik haar liggen en als ik naar de supermarkt loop kom ik haar tegen. Sinds gisteren ben ik officieel drie maanden in Peru, toch was ik nog nooit in de Huaca Pucllana geweest. Afgelopen zaterdag kwam hier verandering in.

    Het is niet toegestaan op eigen houtje de Huaca Pucclana te verkennen, een gids is verplicht. Een vriendin is hier een tijd gids geweest. Deze vriendin zou ons dus mooi kunnen rondleiden en tevens kunnen meennemen naar plaatsen waar toeristen normaalgesproken niet (mogen) komen. Zaterdag was het zo ver. Het was een schitterende dag en toen kwamen we haar tegen. Een mooie gelegenheid om mijn nieuwe fotocamera uit te proberen.

    Van een afstandje lijkt de Huaca een bult zand in het midden van de stad. Als je dichterbij komt blijkt het een oud bouwwerk van adobe stenen te zijn. Zo'n 1500 jaar geleden bouwde de toenmalige beschaving een tempel in de vorm van een pyramide om de god van de zee te eren. Er was een offerplaats waar mensen (vrouwen tussen de 12 en 24) werden geofferd. Op het complex zijn verschillende overblijfselen van deze offers gevonden. Latere culturen bouwden de tempel om. Zo diende het een tijd als begraafplaats.

    Door de eeuwen heen was de voormalige tempel slecht onderhouden. In de jaren vijftig was het dan ook verworden tot een grote bult zand. De lokale jeugd gebruikte het als voetbalveldje en af en toe werd er gemotorcrosst. Toen de stad Lima oprukte werd er gediscusseerd over de sloop van de huaca voor de uitbreiding van de stad. Uiteindelijk werd besloten het bouwwerk te restaureren. Vele hectares van het oorspronkelijke complex zijn overigens onder de stad beland.

    Er is een regel in Peru die stelt dat op alle historische plekken de nationale hond (de Peruaanse naakthond) moet rondlopen. Zo is er ook een duo van deze honden dat rondjes om de oude tempel loopt.

    Dit was waarschijnlijk mijn laatste tripje voordat we komende dinsdag naar Cusco gaan. Tot na die tijd!

    maandag 11 mei 2009

    Paquete

    Afgelopen vrijdagmiddag rond een uur of drie kom ik thuis. Als ik het flatgebouw binnenstap trekt de portier mijn aandacht. Hij zegt een paar losse Spaanse woorden en begint dan een rechthoekige doos te gebaren terwijl hij onder de trap zoekt.
    - Een pakketje? Voor mij?
    Hij knikt en overhandigt mij het in rood cadeaupapier gehulde pakket.
    - ¡Gracias!

    Ik neem het pakket mee de lift in naar boven en kijk op het label: het komt Joure. Wat zou hier in zitten? Als ik het open maak zie ik een schoenendoos met daarin allemaal Nederlands etenswaar: pindakaas, pepermunt, spritsen en natuurlijk hagelslag. Erg bedankt familie! Dit had ik zeker niet verwacht. Het is erg leuk. Echte Hollandse kaas ontbreekt trouwens wel, maar die kan ik hier natuurlijk gewoon overal in de supermarkt kopen. Ik heb de hagelslag direct maar even geprobeerd. Het is heel apart om dat hier in Peru te hebben.

    maandag 4 mei 2009

    Día de la Reina

    Het is me al meerdere keren gevraagd (terwijl het boek met familiefoto’s open op tafel ligt) waarom ik niet eens een typisch Nederlands gerecht kook. Elke keer leg ik uit dat ik niet erg van Hollandse kost houd en dat gerechten als hutspot of boerenkool niet goed bij buitentemperaturen van zo’n 25 graden passen. Daarnaast heb ik geen idee hoe ik hier jus moet maken, dus dan houdt het op.

    Iemand attendeerde me er vorige week op dat Koninginnedag eraan stond te komen. Dat bracht me op een idee; ik kan hier misschien wel tompoucen gaan maken! Omdat woensdag de laatste les Spaans was, had ik donderdagochtend mooi de tijd om even te koken. Ik had een recept op de site van de Wereldomroep gevonden, bladerdeeg en andere ingredienten gekocht en was klaar om te gaan koken. Een paar ingrediënten had ik aangepast, zo ging ik de oranjeglazuur maken met behulp van lúcumapoeder (lúcuma is een typisch Peruaanse vrucht met een oranje/roze kleur).

    Voordat ik de keuken in zou gaan zocht ik de website met het recept erbij. Tegelijkertijd keek ik naar de concerten op het Museumplein, om in de stemming te komen. Tijdens de wat haperende stream zag ik een link onder de live-beelden staan: “Radio 538 over het drama in Apeldoorn”. Wat?! Het eerste nieuwsartikel dat ik vond vertelde dat een auto tegen een monument in Apeldoorn gereden was en daarbij enkele mensen had geraakt. Het klonk ernstig, maar er moest toch méér aan de hand zijn? In een ander bericht stond dat er 4 of 5 mensen dood waren en dat het een aanslag op de Koninklijke familie was die op dat moment in Apeldoorn op bezoek was. Oh!

    Ik bekeek de filmpjes die bij de nieuwsartikelen waren geplaatst. Een gillend publiek, waarna een auto tegen een monument rijdt. Ik ging meer fragmenten zoeken. Chaos op straat, rondvliegende mensen, bloedende mensen, geschrokken Oranje’s, een emotionele Beatrix die het volk een hart onder de riem steekt… Erg heftig. De ingrediënten voor oranjetompoucen heb ik maar weer even in de koelkast gezet.

    De rest van de ochtend en middag was ik op zoek naar meer informatie over de toedracht van de aanslag. Ook bekeek ik wat de internationale pers met dit voorval deed. Uiteraard was de aanslag het hoofdnieuws op de site van een Vlaamse krant, maar op de site van het Amerikaanse CNN kon ik het niet makkelijk vinden. Het stond daar sowieso naast een artikel over een aanslag in het Midden-Oosten met meer dan 30 doden. Ik vermoedde dat het auto-ongeluk in Nederland maar klein nieuws was in het buitenland. Ik zat er naast. Het ongeval was het hoofdnieuws op zowel Duitse, Deense als Spaanse krantensites.

    Hier in Peru was het echter niet zo doorgedrongen. Op tv was het een dag als alle andere (veel homeshopping, call-tv en soaps) en de beide (Amerikaanse en Spaanstalige) CNN’s hadden het over andere zaken (resp. sport en varkensgriep). Op de site van de Peruaanse krant El Comercio vond ik vooral nieuws over hoe Peru erin was geluisd. Het eerste en enige varkensgriepgeval in heel Zuid-Amerika was namelijk een van Mexico naar Argentinië reizende vrouw die ziek werd aan boord. Onder valse voorwendselen van de piloot mocht het vliegtuig landen in Lima om haar op te laten nemen in het ziekenhuis. Zo werd Peru het enige land in heel Zuid-Amerika waar de griep was geconstateerd. Enkele dagen later bleek de vrouw echter niet besmet te zijn. Uiteindelijk vond ik een klein artikeltje over de aanslag in Nederland op de site; een verkorte versie van het artikel van de Spaanse site. Ik keek nog maar eens naar de horrorfoto's op Nederlandse sites... een raar gevoel.

    Zaterdag ben ik alsnog met de tompoucen aan de slag gegaan. Ik ben de hele middag in de keuken aan het prutsen geweest om te eindigen met gebakjes bestaande uit krokant, bolstaand bladerdeeg met daartussen een dun laagje bruinkleurige “slagroom” met bovenop een flinterdun laagje glazuur. Hmm, het zag er niet uit, zo verkoopt HEMA ze niet. Nog maar eens oefenen, dacht ik.

    Het was gisteren dan ook een enorme verrassing toen ze wél lekker bleken te zijn :).

    woensdag 29 april 2009

    Pausa

    En toen had ik een break... Na twee blokken Spaans (te weten: Spaans 3 en 4) succesvol te hebben afgerond sla ik een maandje over. Vanaf halverwege mei ben ik namelijk op reis, en zodoende zou ik Spaans 5 maar voor de helft kunnen volgen en de tentamens moeten missen. In juni pik ik het waarschijnlijk weer op. Dus tot die tijd wordt het lamlendig bankhangen ;).

    Op reis? Yup! Halverwege mei gaan we naar Cusco (hoofdstad van het voormalige Inca-rijk), Machu Picchu (best bewaard-gebleven Inca stad, tevens één van de nieuwe wereldwonderen), Heilige Vallei van de Inca’s en het Titicacameer (hoogstgelegen meer ter wereld). Uiteraard heb ik veel zin in deze tien-daagse-reis. We gaan heen en terug met het vliegtuig want dat scheelt enorm veel tijd. Van Lima naar Cusco vliegen duurt drie kwartier, terwijl het over de weg zo’n uurtje of 26 duurt. De vlucht terug vanuit Juliaca duurt iets langer, maar dat ligt dan ook helemaal in het zuidoosten, vlakbij Bolivia. We vertrekken overigens op 19 mei.

    Afgelopen weekend zijn we even in Barranco geweest. Het ligt slechts 10 minuutjes van Miraflores verwijderd maar is toch heel anders. Barranco is een bohemien stukje Lima, waar in vroeger tijden de kunstenaars zich ophielden. De gebouwen zijn kleiner en veel schilderachtiger dan hier. In de voormalige badplaats is het allemaal een tikkeltje rustiger en dat geeft toch een heel andere sfeer.

    De foto’s van Barranco en ook Arequipa, Colca en andere dingen heb ik in mijn fotoalbum gedropt, zodat jullie ook overal een beeld van kunnen krijgen.

    Ik wil jullie hierbij een fijne Koninginnedag wensen. Doe Beatrix persoonlijk de groeten, dat zal voor jullie een stuk eenvoudiger zijn dan voor mij.

    Chao chao